Blogs

Smakeloos zout

We zitten al weer in de eerste week van het nieuwe jaar. Tijdens de laatste Bijbelstudie hebben we stilgestaan bij Handelingen 21:26. Voordat Paulus de tempel binnen ging moest hij gereinigd worden; hij was ceremonieel onrein. Het buitenland werd door de Joden gezien als een onreine omgeving. Iedereen die een buitenlandse reis had gemaakt en de tempel wilde binnengaan, moest zich eerst reinigen. Paulus die teruggekomen was van zijn derde zendingsreis had in het buitenland langdurig contact gehad met de heidenen. Hij was daardoor verontreinigd en moest dan ook ceremonieel gereinigd worden.

Christenen praktiseren dit soort ceremoniële reinigingen niet. Dit neemt echter niet weg dat Paulus ook óns oproept om ons te reinigingen, en wel van alle bevlekking van het vlees en van de geest (2 Kor. 7:1). Wij behoren praktisch rein te zijn, niet omdat we de tempel van God binnengaan, maar omdat we de tempel van God zijn (2 Kor. 6:16; 1 Kor. 3:16). Voor ons geldt net zo goed ‘raakt niet aan wat onrein is’ (2 Kor. 7:17). Het verschil zit hem hierin: In het jodendom werd men verontreinigd door ‘letterlijk’ (fysiek) contact met de heidenen. In het christendom wordt men verontreinigd door ‘geestelijk’ contact met ongelovigen (2 Kor. 6:14-18). Moeten we ons dan in een klooster terugtrekken om alle contact met ongelovigen te vermijden? Natuurlijk niet! We zijn in de wereld, maar niet van de wereld (Joh. 17:14-16). Met ‘contact’ bedoelt Paulus ‘omgang’ hebben; het vertrouwelijk en vriendschappelijk omgaan met elkaar. We kunnen niet vermijden dat we dagelijks met ongelovige mensen in aanraking komen. Dit kunnen collega’s op het werk zijn, buren, enzovoort. Met ongelovigen [en christenen] die er een zondige levensstijl op nahouden, en die niet willen opgeven, kunnen we geen vertrouwelijke omgang hebben (vgl. 1 Kor. 5:9vv.). Paulus schrijft: ‘Dwaalt niet! Verkeerde omgang bederft goede zeden’ (1 Kor. 15:33).

Sommige christenen proberen krampachtig alle contact met ongelovige mensen te vermijden; bang om verontreinigd te worden! Zó snel worden we ook weer niet verontreinigd. Dit is een ‘proces’ dat als zuurdeeg in ons leven doorwerkt als we het niet stoppen. Bij het thema heiliging ligt een gevaar op de loer: farizeïsme; je beter, heiliger voelen dan zondaars (vgl. Luk. 18:9-14). Daarentegen zijn er christenen die er geen enkel probleem mee hebben om in de kring van de spotters te verkeren (Psalm 1:1); en dat is dan ook vaak aan hen te merken!

Een goede leidraad vinden we in Psalm 26: ‘Bij de valsaards zit ik niet neer, met de huichelaars ga ik niet om; ik haat het gezelschap der boosdoeners en bij de goddelozen zit ik niet neer.’ (Ps. 26:4,5).

Voor David viel een zekere categorie mensen af waarmee hij intieme omgang kon hebben. Afzondering (heiliging) betekent dat we ons niet inlaten met goddelozen. Maar afzondering mag nooit leiden tot farizeïsme. De Heer werd een vriend van tollenaars en zondaars genoemd (Matt. 11:19). Zij kwamen telkens naar Hem toe om Hem te horen (Luk.15:1). In navolging van de Heere Jezus is er niets op tegen om met ‘zondaars’ omgang te hebben. Zolang ik de gelegenheid krijg om duidelijk te maken dat zij zich moeten bekeren, kan ik gerust met hen aan tafel zitten. En dát zondaars zich moeten bekeren is nu juist wat de Heer Jezus wil duidelijk maken in Lukas 15. Hij roept zondaars (én farizeeën) op om zich te bekeren (vs. 7, 10, 18, 19; vgl. Luk. 5:32). Zolang ik als ‘zout’ onder ongelovige mensen verkeer, beantwoord ik aan het doel van mijn roeping. Er is echter sprake van een ‘als’! Jezus zegt: ‘Als nu het zout smakeloos wordt, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden’ (Matt. 5:13).

Beantwoord ik nog aan mijn roeping als zoutend zout, of ben ik misschien smakeloos geworden? We staan in de startblokken van 2024; nieuwe ronde nieuwe kansen!

0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *