Werkloos

Mattheüs 20:1-16

In de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard stelt Jezus in vers 6 de volgende vraag: ‘Waarom staat u hier de hele dag werkloos’? Antwoord: ‘Omdat niemand ons gehuurd heeft.’ Dezelfde vraag stelt de Heer ook aan jou en mij. Ieder kind van God wordt opgeroepen om in Zijn wijngaard te arbeiden. In de wereld is werkloosheid een probleem, maar in het koninkrijk van God is er altijd een te kort aan arbeiders (zie Matth. 9:37-38). Het ligt in de menselijke natuur om alle taken naar enkelen toe te schuiven en vervolgens zelf genoeglijk achterover te leunen. Jezus maakt met één vraag duidelijk dat dit niet de bedoeling is. Gelovigen die de hele dag werkloos rondhangen worden door Hem opgeroepen om in Zijn wijngaard te werken. En als Hij ons inhuurt, dan verdeelt Hij de taken zoals Hij wil. Aan iedere gelovige geeft Hij ook de nodige bekwaamheden, de kracht en de wijsheid, om die taken te vervullen.

Een bekende predikant, uit de tijd dat alles nog met paard en wagen gebeurde, had een bijzondere droom. Er stond een wagen, maar er was geen paard te bekennen. Daarom moest hij die wagen zelf een berg op trekken. Hij wierp zich in het tuig en spande zich tot het uiterste in, maar kreeg de wagen niet een centimeter van zijn plaats. Daarom wilde hij bekijken waar dat aan lag. Wat zag hij? Alle leden van zijn gemeente zaten boven op de wagen. Hij riep: ‘Van die wagen af, en help mij trekken!’ Al snel was de wagen boven. Het is niet naar Gods gedachten om het werk over te laten aan een enkeling. Allen die langs de kant staan, of het wel prima vinden om de kar door iemand anders te laten trekken, roept Hij dan ook op om in beweging te komen.

Een belangrijk puntje om te vermelden: Het was omstreeks het elfde uur toen Jezus de laatste groep werkloze arbeiders inhuurde. Naar onze tijd gerekend was dit laat in de middag, van vier tot vijf uur. De werkdag zat er dus bijna op, er viel nog maar een uur te werken.

Jezus zegt: ‘Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij’ (Openb. 22:12). De arbeiders die in Zijn wijngaard hadden gewerkt, werden ’s avonds uitbetaald, te beginnen bij de laatsten tot de eersten; ieder van hen ontving het afgesproken loon. Dat er over het loon gemopperd werd door de eersten, laten we nu even voor wat het is. De Heer is soeverein in Zijn beloning. En aangezien er sprake is van loon naar genade, heeft niemand van ons het recht om te mopperen. Het is immers onverdiend!

In de Bijbelgemeente Venlo stimuleren wij een ieder om iets met zijn of haar talenten te doen. Wij mogen elkaar met onze genadegave(n) als goede rentmeesters dienen (1 Petr. 4:10). En houd daarbij in het achterhoofd: ‘Wij’, zijn de arbeiders van het elfde uur. Jezus komt spoedig!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *